Als de ander je raakt: wat gebeurt er dan in jou?

Als de ander je raakt: wat gebeurt er dan in jou?

Iedereen die in het onderwijs werkt, kent ze waarschijnlijk wel. Die collega bij wie je merkt dat je lichaam zich al aanspant zodra diegene binnenkomt. Die ouder bij wie je na een gesprek nog urenlang in je hoofd bezig bent met wat er is gezegd. Of dat kind dat steeds opnieuw iets bij je oproept: irritatie, onmacht, boosheid of misschien zelfs onzekerheid.

We zijn geneigd om op zo’n moment vooral naar de ander te kijken.

Waarom doet hij altijd zo?
Waarom begrijpt deze ouder mij niet?
Waarom luistert dit kind nou nooit?
Waarom kost deze collega mij zoveel energie?

En soms is het gedrag van de ander ook lastig. Grenzen mogen nodig zijn en niet alles wat iemand doet, hoef je te accepteren.

Maar er is nog een andere vraag die vaak veel interessanter is:

Wat raakt dit in míj?

Wanneer het heden iets ouds aanraakt

Soms is onze reactie namelijk groter dan alleen wat er op dat moment gebeurt.

Misschien voel je je niet gehoord en ken je dat gevoel al veel langer. Misschien word je geraakt door iemand die heel dominant is, omdat jij vroeger hebt geleerd om jezelf juist klein te maken. Misschien roept een kritische ouder onmiddellijk onzekerheid bij je op, omdat je diep vanbinnen bang bent om het niet goed genoeg te doen.

Zonder dat we het doorhebben, kan een situatie in het heden iets ouds aanraken.

En vanaf dat moment reageren we niet meer alleen op wat er vóór ons gebeurt. We reageren óók vanuit onze eigen geschiedenis.

Dat kan zich op allerlei manieren uiten. Je wordt harder dan je eigenlijk wilt. Je gaat jezelf verdedigen. Je trekt je terug. Je wilt de ander overtuigen. Of je blijft na afloop malen over het gesprek.

Dat kost ontzettend veel energie.

En het lastige is: zolang je vooral bezig bent met wat de ander anders zou moeten doen, kom je vaak niet dichter bij elkaar.

Van reactie naar nieuwsgierigheid

Juist daar kan iets veranderen.

Niet door jezelf de schuld te geven van wat er gebeurt. En ook niet door alles bij jezelf te zoeken.

Maar door nieuwsgierig te worden.

Waarom raakt dit mij zo?

Wat gebeurt er in mijn lijf als deze persoon iets zegt of doet? Welke emotie komt als eerste op? Waar ben ik op dat moment bang voor? Wat zou ik het liefst willen dat de ander mij geeft? Erkenning? Respect? Ruimte? Veiligheid? Het gevoel dat ik het goed doe?

En misschien nog een laag dieper:

Waar ken ik dit gevoel van?

Dat zijn niet altijd makkelijke vragen. Maar ze kunnen wel ruimte creëren.

Want zodra je begint te herkennen wat van jou is en wat van de ander, hoef je minder automatisch te reageren.

Er ontstaat een kleine ruimte tussen wat er gebeurt en wat jij ermee doet.

En precies in die ruimte ontstaat keuze.

Meer ruimte voor jezelf én de ander

Zelfonderzoek betekent niet dat je voortaan alles maar moet verdragen.

Integendeel.

Wanneer je beter begrijpt wat jou raakt, kun je vaak ook helderder voelen waar jouw grens ligt. Je kunt zeggen wat je nodig hebt zonder meteen in de aanval of verdediging te schieten. Je hoeft de ander minder snel als tegenstander te zien.

Misschien blijft die collega ingewikkeld.

Misschien blijft die ouder kritisch.

Misschien blijft dat kind gedrag laten zien dat veel van je vraagt.

Maar jij hoeft er niet iedere keer volledig in meegetrokken te worden.

Je kunt leren om te zien: dit gebeurt er bij de ander — en dit gebeurt er bij mij.

Dat onderscheid kan enorm veel rust geven.

En het heeft niet alleen effect op jezelf.

Een kind voelt het wanneer een volwassene vanuit spanning reageert. Een ouder merkt het wanneer we ons verdedigen. Een collega voelt het wanneer er iets tussen ons in staat wat nooit wordt uitgesproken.

Hoe beter we onze eigen binnenwereld leren kennen, hoe meer ruimte we krijgen om werkelijk naar de ander te kijken.

Niet alleen naar het gedrag, maar naar de mens erachter.

De ander als spiegel

Misschien zijn juist de mensen die ons het meest raken soms ook degenen die ons iets kunnen leren.

Niet omdat hun gedrag daarmee automatisch goed of acceptabel is.

Maar omdat onze reactie erop informatie bevat.

Dus wanneer je de volgende keer merkt dat iemand op school je bovengemiddeld veel energie kost, probeer dan niet alleen te denken:

Wat is er toch met die ander?

Stel jezelf ook eens de vraag:

Wat gebeurt er eigenlijk in mij?

Wat wordt hier geraakt? Wat probeer ik te beschermen? Wat heb ik nodig? En kan ik mezelf daarin iets geven, zodat ik niet langer afhankelijk ben van de ander om me weer rustig, gezien of goed genoeg te voelen?

Misschien verandert de ander niet.

Maar er kan wel iets veranderen in hoe jij naast die ander staat.

Met meer bewustzijn.
Meer ruimte.
Meer zachtheid én duidelijkheid.

Voor jezelf.

En daardoor vaak ook voor het kind, de ouder of de collega tegenover je.

Previous
Previous

Een eigen bedrijf beginnen: spannend? Ja. En ik doe het toch.

Next
Next

Blog Post Title Two